Inkjettechnologie: hoe werkt het eigenlijk?

Bij het printen van drukwerk is er natuurlijk een printer nodig. Een van de technologieën die je kan gebruiken bij het printen, is de inkjettechnologie. Maar hoe werkt dit eigenlijk? En wanneer kies je voor inkjettechnologie?

De technologie: continuous inkjet

Er zijn grofweg twee soorten inkjettechnologie: continuous inkjet en drop on demand. Bij de continuous inkjet technologie wordt een continue (vloeibare) straal inkt gebruikt. Een elektrisch signaal brengt deze straal in trilling, waardoor de straal ‘uiteenvalt’ in kleinere druppels. Het elektrisch signaal laadt sommige van deze druppels met een elektrische lading. Als deze geladen en ongeladen druppels in een elektrostatisch veld komen, zullen ze afhankelijk van hun lading worden afgebroken. Sommige druppels komen op het substraat terecht, terwijl anderen afbuigen en in een afvalvat terecht komen.

De technologie: drop on demand

De drop on demand inkjetprinters kan je verdelen in twee soorten: piëzo-inkjetprinters en thermische inkjetprinters.

Piëzo-inkjetprinters

Printkoppen worden gebruikt om inkt over te brengen op het substraat. In piëzo-inkjetprinters zit achter elke printkop een piëzo-elektrisch element, dat aangesloten is in een stroomkring. Dit element trekt samen als er stroom door de stroomkring loopt. Als er geen stroom meer loopt, ‘ontspant’ het element weer en verandert het weer in zijn ouder vorm.

Aan dit piëzo-element zit een vervormbare plaat vast. Dit element en deze plaat samen zitten aan de bovenkant van het inktkanaal vast. Op het moment dat er stroom door de stroomkring gaat lopen, trekt het piëzo-element samen en de vervormbare plaat buigt mee. Doordat deze ‘in’ het inktkanaal buigt, drukt deze plaat de inkt hieruit. Het inktkanaal is namelijk een opslag van inkt. De druppel inkt valt dan uit het kanaal op het papier.

Door het heel snel aan- en uitzetten van de stroom, worden er druppeltjes uit het kanaal geschoten op het papier. Het schieten van zo’n druppel gebeurt tot wel 40.000 keer per seconde. Door te variëren in stroomsterkte kan je de grootte van de druppel bepalen. Ook kan je heel exact bepalen waar je de druppel op het papier wil hebben, waardoor de kwaliteit van de resultaten hoog is.

Thermische printers

Bij thermische printers wordt er gebruik gemaakt van een verwarmingselement. Hierdoor verschilt het aanzienlijk van de piëzo-inkjetprinter. Aan het inktkanaal is een verwarmingselement toegevoegd. Een schakelaar kan de stroomkringen openen en sluiten. Er loopt stroom door de stroomkring en dus door het verwarmingselement als de schakelaar gesloten. Het element wordt dan opgewarmd. Als er geen stroom loopt, wordt het element dus ook niet verder opgewarmd. Door het verwarmen van het element wordt er een dampbelletje in de inkt gevormd. Als het verwarmingselement weer uitstaat en dus afkoelt, zal de temperatuur binnen het dampbelletje ook afkoelen. Hierdoor implodeert het belletje. Door dit imploderen, wordt er een schokgolf opgewekt en hierdoor wordt een druppel inkt weggeschoten.

In dit wegschieten komen de piëzo-inkjetprinters en thermische inkjetprinters overeen, vandaar de overkoepelende naam: drop on demand.

Wil je meer weten over de inkjettechnologie? Of wil je meer weten over de soorten inkt die je kan gebruiken bij inkjettechnologie? Neem dan contact met ons op! Wij helpen je graag!